Terug

 

 

 

 

 

 

HOOFDSTUK 8
Omgangsvormen, houding en gedrag, materiaal.

 

 

1.     Ordelijk en gedisciplineerd werken is zeer belangrijk. De leerkracht bepaalt wanneer leerlingen tijdens de les de gelegenheid hebben om te praten: dit meestal wanneer het niet storend is (tijdens een knutselles bijvoorbeeld) of wanneer het functioneel in een les past. Beleefdheid is van groot belang, zowel voor kinderen als voor volwassenen.

 

 

2.    Afkijken tijdens toetsen is verboden. Indien dit toch gebeurt, kan de leerkracht een gepaste sanctie geven.

 

 

3.    Tijdens de les gaan kinderen doorgaans niet naar het toilet, maar uitzonderingen zijn natuurlijk steeds mogelijk.

 

 

4.    Leerlingen verzorgen het materiaal dat hun is toevertrouwd, ook hun eigen materiaal. Ze mogen het niet opzettelijk beschadigen of vernietigen.

 

 

5.    De school stelt het benodigde materiaal gratis ter beschikking van de leerlingen. Nochtans kan opzettelijk beschadigd schoolmateriaal op de ouders verhaald worden.

 

   

6.    Voormiddag spelen de kinderen alleen op de klinkers.  Ook als het gras nat is, blijven we op de klinkers. Dit om het gras te sparen, maar ook om de vloeren van de klas niet meer te bevuilen dan nodig is.

 

7.    Omwille van de veiligheid wordt er niet gevoetbald op de klinkers.

Zijn verboden: vechten, pesten, wilde spelletjes, alle daden die de goede orde verstoren of de sfeer nadelig beïnvloeden.

Wat betreft voetballen wordt er een beurtrol gemaakt, wie het voetbalterrein mag gebruiken.

Ruziemakers worden uitgesloten.

 

8.    Rolschaatsen worden buiten gebruikt. Anders krijgen we lelijke strepen op de vloer. Om strepen op de wanden te vermijden mogen we alleen op de afgesproken plaatsen vertrekken met de stelten.
Op de trampoline mogen we alleen zonder schoenen. We botsen niet tegen de muren, vensters of deuren van de school, ook niet als we rolschaatsen. We kloppen niet op de vensters van de school.

 

 

9.    We gedragen ons fatsoenlijk in de toiletten. We gooien er geen appels of ander afval in… zodat de toiletten niet verstoppen. We mogen pas naar binnen als er een toilet vrij is. Dus wordt er zeker niet gespeeld in de toiletten. We vergeten niet na het toiletbezoek onze handen te wassen. Om ze af te drogen gebruiken we een papieren handdoekje.

 

 

 

10.De fietsjes zijn voorbehouden voor de kleuters en de kinderen van het eerste leerjaar. De zandbak is toegankelijk voor alle kinderen om te spelen, niet om te rennen. Gooien met zand doen we niet.

 

 

11.Speelgoed behandelen we voorzichtig, zeker als dat speelgoed niet van onszelf is. Het speelgoed van de school wordt terug gezet op zijn plaats. We laten nooit speelgoed slingeren. In de regen wordt er geen speelgoed gebruikt.

 

 

12.Een regel die alleen geldt voor kinderen van de lagere school: als ik met speelgoedjes speel in de klas, kunnen die worden afgepakt. De leerkracht beslist wanneer ik ze terug krijg. Misschien pas op het einde van het schooljaar!

 

 

 

13.Computerspelletjes, walkmans en GSM’s horen niet op de speelplaats. Zo sluiten de kinderen zich af en vergeten ze contacten te leggen met andere kinderen.

 

14.Is er iets gebeurd, lossen we dat op. Krijg ik straf, accepteer ik de straf.

 

 

15.Onwelvoeglijke taal is verboden. Er wordt aandacht besteed aan de manier waarop met elkaar wordt gecommuniceerd. Roepen, schreeuwen en door elkaar praten horen er niet bij. We spreken met twee woorden (ja juffrouw…). We noemen kinderen met hun naam. We spreken niet als volgt: “Die heeft…”

 

 

 

16.Sportiviteit en fair-play zijn van groot belang tijdens de turnlessen, maar ook tijdens de speeltijden. Bij wangedrag praat een leerkracht eerst met de betrokken leerling(en), eventueel

gekoppeld aan een gepaste sanctie. Indien dit door de leerkracht of de directeur als wenselijk wordt beschouwd, worden de ouders op de hoogte gebracht. Indien het gedrag niet verbetert, zal de school in elk geval de ouders op de hoogte brengen. Zij zal pogen het gedrag, in samenwerking met de ouders, bij de sturen.

 

 

17.Boekentassen, sportzakken, zwemzakken… moeten netjes onderhouden worden. De leerlingen houden hun bank in orde.

 

 

18.De leerkrachten hanteren gepaste straffen, steeds in verhouding tot de feiten.

Terug