Terug

 

 

 

 

 

 

HOOFDSTUK 7
Kledij en uiterlijk

 

1.     De kledij dient verzorgd te zijn, aangepast aan het heersende weertype. Aanstootgevende, provocerende of al te opvallende kledij is niet toegestaan. De keuze van de kledij staat, de punten in dit hoofdstuk in acht genomen, vrij.

 

2.    De leerlingen respecteren de kledij van zichzelf en van een ander. Ze maken geen opmerkingen over elkanders kledij.

 

 

 

3.    Juwelen, uurwerken of al te kostbare kledij zijn af te raden. Het dragen ervan gebeurt volledig op eigen risico.

 

4.    Kinderen met lange haren dienen ervoor te zorgen dat de haren niet in het gezicht hangen (haar- of zweetband, paardenstaart, diadeem, elastiekje…).

 

Terug