
HOOFDSTUK 18
Busreglement
1. Wie zijn kinderen mee laat rijden met de bus, geeft daarmee te kennen het busreglement te aanvaarden.
2. De verantwoordelijkheid van de buschauffeur begint op het moment als het kind instapt in de bus en eindigt op het moment dat het kind op de afgesproken plaats uitstapt: hij is in geen geval verantwoordelijk voor eventuele ongevallen voor het instappen of na het uitstappen. Dit houdt in dat de ouders maatregelen dienen te nemen om het kind op een veilige manier naar de bus te brengen en naar huis te laten gaan (ophalen, begeleiden,…). Kinderen dienen steeds onder begeleiding naar de opstapplaats en naar huis te gaan. Ouders, die zich hieraan niet houden, zorgen ervoor dat we hun kind niet meer kunnen meenemen met de bus. In geval van overmacht dienen ouders zelf een andere oplossing te vinden.
3. Gezien de busritten al lang genoeg duren, vragen we uitdrukkelijk om klaar te staan voor de bus. Mogelijk komt de bus iets vroeger dan gepland. Houd daar rekening mee en zorg ervoor dat je ook dan op tijd bent. Daarom luidt de regel: zorg ervoor dat je vijf minuten van tevoren bij de stopplaats staat, dan ben je zeker niet te laat!
4. Soms hebben de bussen vertraging. Dit mag geen aanleiding zijn tot klachten. De buschauffeurs doen hun best om de kinderen zo snel en veilig mogelijk af te leveren.
5. De school heeft het recht de busritten te wijzigen wanneer de noodzaak daarvan aangevoeld wordt. Ook nieuwe inschrijvingen of kinderen die van school veranderen doen busritten nogal eens wijzigen.
6. Bij uitzonderlijk gevaarlijk weer (zeer dichte mist, spekgladde wegen…) bestaat de kans dat de chauffeurs het onverantwoord vinden om met andermans kinderen al te grote risico’s te lopen. In dat geval vervoeren de bussen geen kinderen. Dan wordt het noodplan ingeschakeld. Het noodplan staat uitgelegd in de informatiebrochure.
7. De busbijdrage wordt geďnd door de penningmeester van het schoolbestuur. Betaling gebeurt liefst via overschrijving. Deze bijdragen dekken slechts een gedeelte van de werkelijke onkosten: een vrijwillige gift is steeds welkom. Giften voor de school worden uitsluitend gebruikt voor het werk van de school. (Wordt verantwoord op de algemene vergadering).
8. Busgeld is abonnementsgeld: men betaalt voor volle blokken en niet voor een bepaald aantal ritten: wie door omstandigheden enkele keren de bus niet neemt terwijl hij daarvoor betaalde, kan geen aanspraak maken op terugbetaling.
9. In de bus gedragen wij ons netjes. Dit houdt de volgende dingen in:
- ik luister naar de buschauffeur
- iedereen zit op zijn eigen plaats (verboden te springen)
- we spreken zachtjes tegen elkaar
- geen boekentassen op de zetels
- geen snoep, drinken en eten
- we blijven zitten tot de bus stilstaat, vooraleer uit te stappen
- als er gordels zijn in de bus, moeten ze gebruikt worden
10.Wie de bus vrijwillig beschadigt (vandalisme) dient de schade te betalen. Deze wordt door de penningmeester van het schoolbestuur vastgesteld.
11.Indien een kind, dat normaal gezien met de bus naar huis gaat, opgehaald wordt aan school, dienen de ouders dit mee te delen (schriftelijk of telefonisch) ofwel op tijd te zijn aan de school.
12.Indien kinderen uitzonderlijk met een andere bus meemoeten, dienen de ouders de school te verwittigen.