
HOOFDSTUK 16
Toekenning van getuigschriften basisonderwijs
1. Het schoolbestuur kent een getuigschrift basisonderwijs toe aan elke regelmatige leerling die het zesde leerjaar van de lagere school met vrucht heeft beëindigd. Dit wordt in éénvoud aan de leerling uitgereikt, waarna deze tekent voor ontvangst.
2. De uitreiking gebeurt op voordracht en na beslissing van de klassenraad, die vergadert tussen 20 en 26 juni van het lopende schooljaar.
3. De klassenraad oordeelt autonoom of de regelmatige leerling in voldoende mate de doelen, die in het leerplan zijn opgenomen, heeft bereikt.
4. Het oordeel wordt geveld op basis van vele factoren waaronder het dagelijks werk van de leerling en de toetsresultaten.
5. Iedere regelmatige leerling, die bij het voltooien van het lager onderwijs geen getuigschrift basisonderwijs krijgt, ontvangt een schriftelijke verklaring (attest) met vermelding van het aantal en het soort van gevolgde schooljaren lager onderwijs en dit uit handen van de directeur.
6. Wanneer een leerling geen getuigschrift lager onderwijs krijgt, zal de directie de ouders hiervan schriftelijk op de hoogte brengen, in elk geval vóór 1 juli van het lopende schooljaar en de ouders zo nodig uitnodigen voor een begeleidend gesprek.
7. Indien de ouders het niet eens zijn met de beslissing van het schoolbestuur kunnen zij deze aangelegenheid aanhangig maken bij de arbitragecommissie van de IPCO, die definitief een einde stelt aan de betwisting.