
HOOFDSTUK 11
Veiligheid en gezondheid op school
1. Kinderen brengen de veiligheid van zichzelf of anderen niet in gevaar. Zo verlaten ze de school enkel met toestemming van de directeur.

2. Jaarlijks organiseert de school minstens één brandevacuatie-oefening. De resultaten van de oefeningen worden besproken met de veiligheidsadviseur, op de personeelsvergadering en mogelijk ook met de kinderen. Indien nodig volgt remediëring.
3. De directeur registreert de oefeningen in het dossier “veiligheid, gezondheid en milieu”.

4. De school laat de verwarmingsinstallatie en de brandblussers jaarlijks onderhouden en nazien. De directeur houdt een register bij waarin de datum van het onderhoud, de naam van de technicus en de firma en de handtekening van de technicus komen.
5. We verwachten dat de volwassenen het goede voorbeeld geven: recht oversteken, het zebrapad gebruiken, de verkeersregels naleven…

6. Ouders mogen hun auto in geen geval vlak voor de schoolpoort parkeren of op de plaatsen die voor de bussen zijn gereserveerd. Alle auto’s dienen achterwaarts geparkeerd te worden, zodat de chauffeur meer zicht heeft bij het verlaten van de parkeerplaats. Ze halen hun kind persoonlijk af aan de poort of aan de bus. Kinderen roepen en alleen laten gaan, is vragen om ongevallen en dus niet toegestaan.
7. Op de inrit rijden de bussen en auto’s maximum 30 km per uur. We bevinden ons in zone 30!

8. Gevaarlijke producten worden bewaard in kasten waarin de kinderen niet mogen komen.

9. Voor wat betreft het veiligheidsbeleid wordt de school ook bijgestaan door een externe preventiedienst.
10.De ouders zijn verplicht besmetting met luizen onmiddellijk te rapporteren aan de directeur, die de gepaste maatregelen neemt. In hardnekkige gevallen kan de dokter van het CLB een leerling de toegang tot de school weigeren tot de besmetting efficiënt bestreden is. De ouders dienen alle nodige stappen te zetten om de besmetting te bestrijden: haar wassen met een effectief product, desnoods de haren inkorten.

Kinderen met een ernstige besmettelijke ziekte mogen niet op school aanwezig zijn. Indien dat toch gebeurt, zal de directeur, in overleg met de schoolarts, de gepaste maatregelen treffen.

11.Zieke kinderen zieken thuis het beste uit. Het is niet verantwoord een kind met bijvoorbeeld koorts naar school te sturen. Zieke kinderen kunnen alleen binnenblijven tijdens de speeltijd, als ze tijdens de schooluren ziek worden. Wanneer een kind op school ziek wordt, zal de directeur de ouders proberen te verwittigen en de gepaste maatregelen nemen.

12.Dieren van leerlingen kunnen alleen na toestemming op school aanwezig zijn. Dieren in de klas kunnen alleen als:
o een leerkracht er persoonlijk verantwoordelijk voor is
o de dieren goed verzorgd worden
o er geen gevaar is voor allergische reacties
o de lessen er niet door gehinderd worden (geur, lawaai…).

13.Indien er op school medicijnen gegeven dienen te worden, schrijf dan instructies op. Zonder geschreven instructies geen medicatietoediening! Gebruik de klasagenda van uw kind, maar ook de telefoon. Alle medicatie dient door het kind aan de juf afgegeven te worden aan het begin van de dag en door de juf aan het eind van de dag terug meegegeven. Let ook op de bewaring: sommige medicijnen dienen koel en donker bewaard te worden, andere dienen juist bij kamertemperatuur bewaard. Laat het weten aan de leerkracht!
Let op: zorg ervoor dat de kleinere kinderen niet zomaar de medicijnen uit hun boekentasje kunnen nemen en opsnoepen.