
4. De psycho-motorische ontwikkeling van het kind.
Naast de intellectuele en dynamisch-affectieve component moet - voor de ontwikkeling van de persoonlijkheid - ook de psycho-motorische component voldoende aandacht krijgen.
De school creëert tijd en ruimte om ook deze component te laten ontwikkelen. Zwemmen, schaatsen, skiën, dansen, bewegingsopvoeding, spel- en sportdagen... zijn activiteiten die de motorische ontwikkeling ondersteunen.
5. Het kind als mens
We proberen aan te sluiten bij de belangstelling en de leefwereld van de kinderen. Doorheen de ganse basisschool worden de belangstellingspunten dan ook heel gericht gekozen.
Hierbij vinden we het naar de werkelijkheid toegaan, of de werkelijkheid in de klas brengen, erg belangrijk.
Leerwandelingen worden dan ook in alle klassen, in de mate van het mogelijke, gepland (zelfontdekkend leren, spelend leren). Ook occasionele uitstappen moeten een pedagogische meerwaarde hebben en worden daarom zeker niet uitgesloten.
Op grond van het evangelie is er bijzondere aandacht en zorg voor de kansarmen, de andersvaliden en de zwakkeren. Daarnaast besteden we ook bijzondere aandacht en zorg aan anderstaligen, hoogbegaafden en kinderen van alleenstaande ouders.
6. Continue ontwikkeling van het kind
Wij pogen ons onderwijs zó in te richten dat er bij de kinderen een continu ontwikkelingsproces ontstaat en dit in alle aspecten van de kinderlijke ontwikkeling. Bij de keuze van de leermiddelen en bij de organisatie van het klasleven pogen wij deze continuïteit te behouden.
Het is in die context erg belangrijk dat de kinderen goed gevolgd worden en er tijdig interne of externe hulp wordt ingeroepen. Het is dan ook de taak van elke leerkracht een nauwgezet kindvolgsysteem bij te houden.
Zittenblijven of een eventuele doorverwijzing naar het buitengewoon onderwijs wordt, waar mogelijk, vermeden. Indien dit onvermijdelijk blijkt, gebeurt dit in nauw overleg met de ouders en het CLB van de school. De ouders hebben hierbij beslissingsrecht.