Terug

 

 

 

3. Maatschappelijke overtuiging

3.1. Totale opvoeding

 

Opvoeding op school is slechts een onderdeel van de gehele opvoeding. Naast de school vervullen namelijk ook het gezins- en familiale, het sociale en ideologische, het culturele, het religieuze milieu en de maatschappij in haar geheel een opvoedende functie. De bijdrage van deze milieus tot de vorming en de ontwikkeling van de jeugd moet door de school worden geëerbiedigd. De school dient een gemeenschap te zijn van ouders, bestuursleden, personeelsleden en kinderen waarin de liefde tot God, de naaste en zichzelf centraal staan.

 

3.2. Sociale bewogenheid

 

Uit dankbaarheid en verwondering voor wat wij hebben, moeten we oog hebben voor de derde en de vierde wereld. Waar mogelijk zal de aandacht en de actieve inzet van de leerlingen voor de derde en vierde wereld aangemoedigd worden.

 

3.3. Samen leven binnen de school als training voor het maatschappelijk leven.

 

Elke leerkracht streeft ernaar een sfeer van vertrouwen te scheppen, een 'thuis' in de klas, zodat het kind zich goed voelt en graag naar school komt. Vandaar dat het belangrijk is, dat elke leerkracht een luisterend oor en een meevoelend hart heeft voor elk kind. Voor de kinderen betekent dit onder andere ook : beperktheden en mogelijkheden van zichzelf en de andere erkennen en aanvaarden.

 

3.4. Attitudes en waarden

 

Wij willen de jongeren begeleiden bij het ontdekken van die attitudes en waarden die belangrijk zijn om zich als volwaardige en gelukkige mensen - tegenover God, zichzelf, de medemens en de natuur - te engageren.

 

Kritisch zijn, de eigen mening kunnen ver(ant)woorden, elkaars mening respecteren, naar elkaar luisteren, zijn mening kunnen en willen toetsen aan de Bijbel, leren communiceren, geen vooroordeel hebben, niemand veroordelen en verdraagzaamheid zijn enkele beoogde attitudes.

 

3.4.1. De school leert de kinderen respect op te brengen voor Gods schepping en ermee om te gaan als goede rentmeesters. De jonge mens dient de natuur niet alleen te bestuderen en technisch te beheersen, hij moet ze ook leren ervaren als het milieu waarin hij kan leven, open bloeien en genieten.

 

3.4.2. De kinderen moeten het gezag in de samenleving als een bijbels principe aanvaarden. Gezag wordt niet afgebroken, maar ondersteund en waar nodig positiefkritisch bekeken.

 

3.4.3. Ieder kind moet optimale kansen krijgen om zich te ontwikkelen. In het begeleiden van de persoonlijkheidsontwikkeling zijn er attitudes nodig die we onder andere terugvinden in Galaten 5:22

'Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.'

 

3.5. Non-discriminatie op school.

 

Aan de leerkrachten wordt aangeraden onderwijsmethodes en inhouden toe te passen die inspelen op de interesses, ervaringen en leefcultuur van alle kinderen (doelgroepleerlingen, anderstaligen, kinderen uit sociaal zwakkere milieus...) in zover dit niet in strijd is met onze Bijbelse grondslag.

 

Probleemsituaties met radicale context worden adequaat en professioneel aangepakt (eventueel met interne of externe hulp).

 

Wij proberen een sfeer te scheppen waarin ieder kind zich geaccepteerd voelt, wat ook zijn uiterlijk, voorkomen, taal, sociale of culturele achtergrond is. Het kind als kind primeert.

 

Zo leren kinderen hun medemens te aanvaarden en te respecteren ongeacht zijn lichamelijke tekortkomingen, huidskleur, cultuur, geloof, geslacht.

 

3.6. Sociale bewogenheid

 

De school zal de sociale gezindheid opwekken (dit is eerbied en gevoeligheid voor de vele sociale waarden die de grondslag zouden moeten vormen van onze maatschappij). Het is belangrijk dat de kinderen zich een eigen mening vormen, waarbij het standpunt van de ander als waardevol beschouwd moet worden. Zo leren ze elkaar te respecteren en te aanvaarden.

 

3.7. Vernieuwingsgedachte

 

Ons onderwijs moet voeling houden met de maatschappij, die door een nooit eerder geziene evolutie in kennis, wetenschap, technologie, internationale contacten... wordt gekenmerkt. Het is de taak van ons onderwijs die evolutie te volgen en, met de Bijbel als norm, er een verantwoord kritische houding tegenover aan te nemen. We achten de technische en wetenschappelijke ontwikkelingen gunstig voor de mens, in zoverre zij niet indruisen tegen de fundamentele bijbelse leer. Van de leerkrachten wordt bijgevolg verwacht dat zij zich op een actieve manier interesseren voor het reilen en zeilen van onze maatschappij en dat zij zich voortdurend bijscholen door lectuur, zelfstudie, contacten met collega's en deelname aan bijscholingscursussen.

 

Terug