Bonjour 3
terug
Geef de juiste vertaling!
ben je daar? een garage een mama een ogenblik een papa een telefoon goedenavond het is hier ik ben in de garage meneer mevrouw nog (eens) wie is aan het toestel? met wie spreek ik? wie?
un garage
ben je daar?
een garage
een mama
een ogenblik
een papa
een telefoon
goedenavond
het is
hier
ik ben in de garage
meneer
mevrouw
nog (eens)
wie is aan het toestel? met wie spreek ik?
wie?
un instant
ben je daar?
een garage
een mama
een ogenblik
een papa
een telefoon
goedenavond
het is
hier
ik ben in de garage
meneer
mevrouw
nog (eens)
wie is aan het toestel? met wie spreek ik?
wie?
une maman
ben je daar?
een garage
een mama
een ogenblik
een papa
een telefoon
goedenavond
het is
hier
ik ben in de garage
meneer
mevrouw
nog (eens)
wie is aan het toestel? met wie spreek ik?
wie?
un papa
ben je daar?
een garage
een mama
een ogenblik
een papa
een telefoon
goedenavond
het is
hier
ik ben in de garage
meneer
mevrouw
nog (eens)
wie is aan het toestel? met wie spreek ik?
wie?
un téléphone
ben je daar?
een garage
een mama
een ogenblik
een papa
een telefoon
goedenavond
het is
hier
ik ben in de garage
meneer
mevrouw
nog (eens)
wie is aan het toestel? met wie spreek ik?
wie?
encore
ben je daar?
een garage
een mama
een ogenblik
een papa
een telefoon
goedenavond
het is
hier
ik ben in de garage
meneer
mevrouw
nog (eens)
wie is aan het toestel? met wie spreek ik?
wie?
ici
ben je daar?
een garage
een mama
een ogenblik
een papa
een telefoon
goedenavond
het is
hier
ik ben in de garage
meneer
mevrouw
nog (eens)
wie is aan het toestel? met wie spreek ik?
wie?
qui?
ben je daar?
een garage
een mama
een ogenblik
een papa
een telefoon
goedenavond
het is
hier
ik ben in de garage
meneer
mevrouw
nog (eens)
wie is aan het toestel? met wie spreek ik?
wie?
bonsoir
ben je daar?
een garage
een mama
een ogenblik
een papa
een telefoon
goedenavond
het is
hier
ik ben in de garage
meneer
mevrouw
nog (eens)
wie is aan het toestel? met wie spreek ik?
wie?
c'est
ben je daar?
een garage
een mama
een ogenblik
een papa
een telefoon
goedenavond
het is
hier
ik ben in de garage
meneer
mevrouw
nog (eens)
wie is aan het toestel? met wie spreek ik?
wie?
madame
ben je daar?
een garage
een mama
een ogenblik
een papa
een telefoon
goedenavond
het is
hier
ik ben in de garage
meneer
mevrouw
nog (eens)
wie is aan het toestel? met wie spreek ik?
wie?
monsieur
ben je daar?
een garage
een mama
een ogenblik
een papa
een telefoon
goedenavond
het is
hier
ik ben in de garage
meneer
mevrouw
nog (eens)
wie is aan het toestel? met wie spreek ik?
wie?
je suis au garage
ben je daar?
een garage
een mama
een ogenblik
een papa
een telefoon
goedenavond
het is
hier
ik ben in de garage
meneer
mevrouw
nog (eens)
wie is aan het toestel? met wie spreek ik?
wie?
tu es là?
ben je daar?
een garage
een mama
een ogenblik
een papa
een telefoon
goedenavond
het is
hier
ik ben in de garage
meneer
mevrouw
nog (eens)
wie is aan het toestel? met wie spreek ik?
wie?
qui est à l'appareil?
ben je daar?
een garage
een mama
een ogenblik
een papa
een telefoon
goedenavond
het is
hier
ik ben in de garage
meneer
mevrouw
nog (eens)
wie is aan het toestel? met wie spreek ik?
wie?
Antwoord controleren
OK