Werkwoorden 1. Vul de persoonsvorm in! Je krijgt de noemvorm.
terug
Schrijf het woord foutloos over. Probeer te typen met je tien vingers...
Mijn vader
veel kleine vliegtuigen (bouwen).
Ik
niet graag uit mijn hoofd (leren).
De lichten
de hele dag (branden).
Harry
[?]
morgen zes jaar (worden).
Elke dag
wij 500 meter (zwemmen).
De stuntman
elke dag (oefenen).
Jaak
een glas cola (drinken).
Caroline
frieten (eten).
Ik
1 km (lopen).
De wind
[?]
in mijn gezicht (snijden).
Hij
[?]
het niet (kunnen).
Ik
vele kilometers langs de zeedijk (fietsen).
Antwoord controleren
OK