Krantje december 2009
Uit de klas van kleuterjuf Mieke
“Wij
leren dat God ons regels geeft om gelukkig te zijn.
Ik vertel over Mozes op de berg bij God.
Nadien om het beter te verstaan een verhaal over ijs! “
Een
Bijbelverhaal met een boodschap.
Het verhaal werd wel een tijd geleden verteld, toen we nog maar net terug uit
vakantie waren. In september. Inmiddels zijn we al bijna vier maanden later. Wat
vliegt de tijd toch snel!
Jaap
is verhuisd. Hij woont nog maar een paar weken in zijn nieuwe huis. Samen met
papa en mama heeft hij zijn nieuwe kamer ingericht. Het is heel mooi geworden
met nieuwe gordijnen, lekker zachte vloerbedekking en een grote kast voor al
zijn speelgoed. Maar het allermooiste vindt Jaap het nieuwe dekbed van Winnie
the Pooh. Samen met mama heeft hij het gekocht.
“Omdat het niet leuk is dat je al je vriendjes moet missen”, heeft mama gezegd. Hij heeft mama er een hele dikke knuffel voor gegeven. Jaap vindt zijn mama de liefste van de hele wereld.
Nu verveelt Jaap zich een beetje. Het is vakantie en hij heeft hier nog geen vriendjes.
Hij heeft zijn auto’s al een keer anders neergezet, naar de tv gekeken, een computerspelletje gedaan, maar nu weet hij niet meer wat hij moet doen. Dan komt mama binnen:
“Waarom ga je niet even een rondje fietsen? Als je op het pleintje blijft, raak je heus de weg niet kwijt.” Eigenlijk wil Jaap niet, maar mama haalt zijn fiets al uit de schuur.
“Veel plezier!” roept ze nog en dan is ze alweer naar binnen. Met een diepe zucht pakt Jaap zijn fiets en loopt de tuin uit. Hij kijkt voorzichtig om zich heen, niemand te zien. Dan stapt hij op zijn fiets. Toch wel lekker om weer eens te fietsen en je kunt hier ook nog goed rondjes rijden.
“Hé hallo”, hoort hij plotseling, “Ik ben Rik en wie ben jij?”
“Hoi, ik eh, ben Jaap en ik woon daar.” Jaap wijst naar zijn nieuwe huis.
“Ik woon daar”, zegt Rik en wijst naar een huis aan de andere kant van het pleintje.
“Zal ik vragen of we een ijsje mogen? Het is zo warm.”
Aarzelend fietst Jaap achter Rik aan en blijft bij het hekje staan. Even later komt Rik terug met twee ijsjes. Ze gaan samen op de stoep zitten en eten hun ijsje op.
Hé, daar komt mama aan.
“Hallo, Jaap, zo heb je een vriendje gevonden? Ik moet even boodschappen doen hoor. Ik ben zo terug.”
Voor
Jaap kan antwoorden, is ze weer weg.
Ze heeft het nog steeds druk met het nieuwe huis.
“Nu is
het jouw beurt.” zegt Rik.
“Wat bedoel je?” vraagt Jaap.
“Nou een ijsje halen, natuurlijk.”
“Maar mijn moeder is er toch niet.”
“Wat geeft dat, mijn moeder is er ook niet.”
Jaap schrikt. Dat mag toch niet, zomaar een ijsje pakken?
“Nou kom op, voor ze terug is.”
“Nee”, zegt Jaap, “dat doe ik niet.”
Rik staat op. Hij kijkt heel boos en geeft een schop tegen de fiets van Jaap.
“Waarom doe je het niet?”
“Omdat het niet mag van mijn moeder.”
“Nee, ik weet ook wel dat het niet mag, maar daarom kun je het nog wel doen. Kom op, anders wil ik geen vriendje meer met je zijn.”
Jaap begint bijna te huilen.
“Ik doe het niet omdat mama daar verdrietig van wordt.”
“Nou, ga dan maar gauw naar je mama”, roept Rik terwijl hij Jaap een schop geeft.
Huilend pakt Jaap zijn fiets en rent naar huis.
Gelukkig daar is mama. Snikkend vertelt hij het hele verhaal.
Mama
geeft Jaap een hele dikke knuffel en zegt:
“Wat ben ik trots op jou!”
“Na afloop werd er spontaan gezongen: Hou je aan de regels anders maak je
brokken.” Kennen jullie het liedje? Het is één van de kinderopwekkingsliederen.
Zing het refrein maar mee!
De kinderen van onze school kennen het lied vanuit de vieringen.
Hou je aan de regels,
anders maak je brokken.
Hou je aan de regels,
en kijk goed uit je doppen.
Hou je aan de regels,
anders gaat het fout.
Hou je aan de regels,
dat geldt voor jong en oud.