Donderdag 17 september 2009
Eén van de vele activiteiten die je op school doet, is meten.
De meester leert ons over 1 meter, 2 meter ...
En je kan het zo gek niet bedenken, of die opdracht moeten we doen.
Zo moesten we onze handen één meter uit elkaar
houden.
We moesten onze voeten één meter uit elkaar zetten.
We moesten wijzen tott waar één meter "bij mij" komt.
In de turnles stond de plint op "één meter hoog" en moesten we,
je raadt het natuurlijk al, afspringen van 1 meter.
De negende sport van het sportraam in de turnzaal
is exact één meter hoog,
dus moesten van die negende sport naar beneden springen.
We moesten een kindje zoeken, dat juist één meter groot was.
In welke klas moeten we zo een kindje zoeken?
In de eerste klas zijn de kinderen veel te groot.
In de derde kleuterklas is er geen enkel kindje van 1 meter.
Dan maar naar de eerste kleuterklas.
En ja hoor, prijs!
Bij mij komt een meter tot hier... denken de
kinderen (omdat het 1 meter bij de meester net tot aan de gordel komt).
Na enig meetwerk weten we wel beter. De meter komt tot aan mijn kin! En bij mij
tot net onder mijn hoofd....
En bij mij tot hier!
Hierboven zie je links hoe de kinderen de handen
één meter uit elkaar houden.
Rechts zie je dat de kinderen netjes in een rij staan van klein naar groot.
Het heeft wel even geduurd, eer we in zo een rij stonden!
Meten, niet zo gemakkelijk. Kun jij het?